Publieke theologie tegen racisme

Publieke theologie streeft ernaar om theologische thema’s relevant te maken in het publieke domein en op die manier een bijdrage te kunnen leveren aan maatschappelijke thema’s. Eind augustus zal ik in Nijmegen een paper presentatie houden op de conferentie: “Grace, Governance and Globalization: Theology and Public Life”. Mijn bijdrage focust zich op de vraag hoe een theologie van de kwetsbaarheid bij kan dragen aan de bestrijding van racisme. Om die vraag te beantwoorden en kwetsbaarheid überhaupt als bestrijding van racisme te kunnen zien, moeten er nog een aantal antwoordstappen genomen worden. Ik focus me met name op wat er ten grondslag ligt aan het in stand houden van racisme: de privileges die blanken te beurt vallen, oftewel: white privilege. In een maatschappij die waarin huidskleur er toe doet, zijn huidskleuren niet neutraal, maar draagt elke huidskleur een heel verleden aan verwachtingspatronen met zich mee, die doorwerken in het heden. Veel van de voordelen zijn erg subtiel en worden vanzelfsprekend gevonden, en worden nauwelijks opgemerkt. Zo wordt als blanke je mening gezien als jouw persoonlijke opvatting, terwijl de opvatting van iemand van een minderheid gezien wordt als representatief voor die bepaalde groep. Ook subtiel: je gaat er van uit dat tijdens je opleiding je kan identificeren met het standpunt waaruit de geschiedenis wordt verteld: het gaat om jouw in-group. Een ander privilege is de mogelijkheid om je te omringen met mensen die bij jouw sociale groep horen zonder open te staan voor andere perspectieven.

Het is daarom moeilijk om te ontsnappen aan de manier waarop je als blanke in de wereld staat: sommige ideeën en houdingen zijn zo diep verankerd, dat ze zelfs je lichaamstaal beïnvloeden. Berucht zijn de zogenaamde liftincidenten: aan iemands lichaamstaal is soms te zien dat zij/hij zich ongemakkelijk voelt om samen met iemand die niet blank is in de kleine ruimte van een lift te verkeren. Als je jezelf beschouwt als progressief en antiracistisch, dan is het erg pijnlijk om er door een ander op gewezen te worden dat je lichaamshouding je verraadt en ongemak uitstraalt. Dit soort pijnlijke confrontaties vermijden is dus een makkelijke manier om aan niet al te veel zelfonderzoek te hoeven doen.

Het vermijden van confrontaties met de mate waarin jij als persoon zelf deel bent van een systeem van privileges is logisch en veilig. Op die manier stel je je onkwetsbaar op: niet open voor het perspectief van de ander op jezelf. Het tegenovergestelde van deze houding is de moed om je open op te stellen en jezelf kwetsbaar te maken voor de kritiek en de blik van de ander. Voor deze kwetsbaarheid, die zo broodnodig is, zal ik een theologische onderbouwing geven. Ik wijs bijvoorbeeld op hoe God zichzelf kwetsbaar gemaakt heeft in Jezus en zich op die manier compleet met de menselijke conditie heeft geïdentificeerd.

De paper zal ik na presentatie ook hier presenteren.

Augustinus en Afrika

Augustinus en Afrika

Augustinus was afkomstig uit Noord-Afrika, en de kans is aanzienlijk dat hij een Berber was. Wat heeft Afrika te maken met Augustinus, en wat heeft Augustinus te maken met Afrika? Deze vragen heb ik samen met een aantal cursisten doordacht als onderdeel van een driedaags seminar dat gewijd was aan de Confessiones. Voor veel deelnemers was het feit dat Augustinus een Afrikaan was niet echt doorgedrongen en waren daarom nieuwsgierig om hier verder over na te denken.

 De vraag naar de doorwerking van de Afrikaanse context is gecompliceerd, omdat het niet mogelijk is om een soort van “authentiek Afrikaans gedachtegoed” te veronderstellen. De Romeinse invloed was diep doorgedrongen in het dagelijks leven in Noord-Afrika. Het gebruik van het Latijn was wijdverspreid en ook de moedertaal van Augustinus. Er werd ook Berbers en Punisch gesproken, maar dit was voornamelijk de taal van de lagere klasse. Iedereen die vooruit wilde in het leven leerde Latijn. Toch is het wel mogelijk om een aantal lijnen te trekken. Een nadruk op martelaarschap kenmerkte de kerk in Afrika, net als een nadruk op geestvervuld leven.

 Het is hoog tijd om de geschiedenis van de kerk in Afrika te beschrijven als kerkgeschiedenis en niet louter als zendingsgeschiedenis. Juist in de beschrijving van de kerk in Afrika is lang het Westerse perspectief dominant geweest. De nadruk viel daarbij op de Westerse organisaties, structuren, theologie en zendelingen. Bovendien is deze lijn van onderzoek vaak ook gedomineerd door een mannelijke blik: het verhaal van de vrouwen die hun rol speelden werd minder belicht. De laatste tijd is er daarom een tegenreactie op gang gekomen. De rol die vrouwen speelden wordt voor het voetlicht gebracht, maar bovenal wordt de actieve rol van de Afrikaanse kerk benadrukt. Met andere woorden: de nadruk ligt dus niet meer zozeer op het (passieve) ontvangen van het christelijk geloof, maar eerder op het creatieve proces van het zich eigen maken van het christendom. Ook wat betreft de methode van onderzoek doen zijn er nieuwe vormen in zwang gekomen: naast het gebruik van tekstuele bronnen is er ruimte voor het gebruik van fotografie en mondeling doorgegeven kennis.

 Het is ironisch dat juist in die nieuwe lijn van denken er weer mínder aandacht komt voor Augustinus maar dat met name de Donatisten belicht gaan worden. Zij waren namelijk met recht een volksbeweging te noemen en sloten met hun spiritualiteit dicht aan bij ideeën die al aanwezig waren in Noord Afrika. Zo is de nadruk op de heiligheid van de kerk te verklaren vanuit gedachtes over rituele reinheid en verontreiniging. Het morele verval van de geestelijkheid was dan ook iets wat met wortel en al uitgeroeid moest worden om zo de reinheid van de hele kerk te kunnen waarborgen.

Bekijk de prezi presentatie hier.