Kerk & Werk – waar is de missiologie?

Vanaf vrijdag ga ik voor één dag aan de week aan de slag bij Stichting Encour in een vrijwilligersfunctie als theologisch medewerker. Stichting Encour begeleidt werkzoekenden op zoek naar een baan, en wil lokale kerken ondersteunen in hún ondersteuning van werkzoekenden in de gemeente. Hier liggen een aantal belangrijke raakvlakken vanuit mijn eigen onderzoek. Ik hoop bij Encour een aantal artikelen te publiceren over kerk&werk vanuit een missiologisch perspectief. In deze blogpost doe ik een eerste voorzet. Eén van de belangrijkste bijdrages die ik hoop te doen is het benadrukken van de epistemologische prioriteit van het perspectief vanuit de marge. Met de epistemologische prioriteit bedoel ik de scherpe blik op de werkelijkheid die geboden kan worden vanuit het perspectief van leven-zonder (voldoende)-werk. Ik benadruk hierbij direct dat ik niet wil spreken op een massieve manier over marginalisatie, omdat ik juist in mijn proefschrift een intersectionele benadering van marginaliteit voorsta. Ik stel daarom werkzoekend zijn niet gelijk aan marginalisatie in een massieve zin, maar zie het zoeken naar werk als één van de vele dimensies van marginalisatie en privilege die in één leven samen komen. Dat gezegd hebbend, biedt het perspectief van werkzoekend zijn een blik op de samenleving die wel degelijk bepaalde mythes of vooronderstellingen kan ontkrachten. Ik denk daarbij aan de mythe van het “als-je-maar-goed-genoeg-je-best-doet-geloof”. Werkzoeken is geen niet louter een kwestie van zo hard mogelijk er tegen aan gaan in het zoekproces, waarbij een baan aan het einde gegarandeerd is. Het is daarentegen een grillig proces van toevalligheden en situaties waar in beperkte mate invloed op uitgeoefend kan worden.

 

Publieke theologie – de straat op

In het meinummer van Kerkinformatie komt een kort interview met foto met mij te staan. Ik heb ervoor gekozen om de foto te nemen bij het grote schilderij van de kruisdragende Christus dat hangt aan de buitenkant van de St. Joriskerk in Amersfoort. Pal naast dit schilderij, in een historisch pand, is sinds kort de FEBO gevestigd. Voor de foto hebben we ervoor gekozen om het contrast te benadrukken tussen de lijdende Christus enerzijds, en de consumptiemaatschappij, bij uitstek gesymboliseerd in de FEBO, anderzijds. Maar tegelijkertijd wil juist publieke theologie in dit spanningsveld aanwezig zijn, in navolging van Christus zelf, in het spanningsveld tussen Christus en cultuur, om de mogelijkheden te onderzoeken waar Christus en cultuur elkaar raken, en niet diametraal tegenover elkaar hoeven te staan. Mijn foto, tussen FEBO en het oude schilderij bevestigd aan de Middeleeuwse kerk, beeldt mij af in exact dit spanningsveld.

PDF zal hier beschikbaar gemaakt worden zodra Kerkinformatie verschenen is.

UPDATE: Kerkinormatie is inmiddels verschenen, en heeft gekozen voor een foto waarin de FEBO niet zichtbaar is. Zie: Eleonora in Kerkinformatie (PKN)

Kwetsbare Christus – Een introductie tot mijn onderzoek

In Zijspiegel, het tijdschrift van de oecumenische vrouwensynode, verscheen onlangs een artikel van mijn hand waarin ik een korte samenvatting bied van mijn onderzoek. Dit artikel belicht met name het belang van kwetsbaarheid in een postkoloniale missiologie. De redacteur voegde een foto toe van het schrootkruis in de kerk in Emmerich, een prachtige illustratie van hoe de kwetsbaarheid van de gekruisigde Christus in telkens nieuwe contexten verbeeld kan worden. Lees het artikel hier.

Proefschriftbegeleiding: Perfectionisme – zonder vorm geen inhoud

Deel van een serie over het begeleiden van promotieonderzoek.

Is perfectionisme bij het schrijven van je proefschrift een probleem of een noodzakelijke strategie? Eén van de blogs waar ik zelf het meest van geleerd heb is de blog van James Hayton. Hij beargumenteert waarom een bepaalde mate van perfectionisme een goed idee is. Perfectionisme, oftewel, aandacht voor detail, stelt het dealen met problemen niet uit, maar pakt elk probleem aan snel nadat het opgekomen is. Het aandacht geven aan de details van de formulering helpt om je thesis zo precies mogelijk op papier te krijgen. En het is juist op de mate van zorgvuldigheid waarop je beoordeeld wordt: maak je geen te generaliserende statements, maak je juist gebruik van je bronnen, claim je niet meer dan je waar kan maken? Ook het aandacht geven aan de details van de opmaak helpt om rust te creëren in je hoofd: het loont de moeite om te werken in een document waar je je niet voor hoeft te schamen, maar dat je voortgang op elk moment duidelijk maakt.

Zoals James Hayton al aangeeft, is zijn benadering tegengesteld aan veel adviezen, waarbij de nadruk ligt op het snel produceren van veel tekst om op die manier een basistekst te hebben waaraan verder geschaafd kan worden. Zelf heb ik tijdens mijn promotie gewerkt volgens de tweede methode, omdat ik graag snel resultaat wilde zien. Ook speelde er mee dat ik gevoelig was voor de gedachte dat je pas goed commentaar kan krijgen op je draft als je daadwerkelijk iets op papier hebt staan.

In de laatste fase van mijn proefschrift ben ik teruggekomen van de gedachte dat het goed is om snel en snel veel te schrijven. Ik heb een disproportioneel deel van mijn tijd besteed aan het herschrijven van mijn teksten. Er is geen shortcut voor het diepgaand uitdenken van de richting en argumentatielijn van je proefschrift. Ik heb geprobeerd om die shortcut te nemen door veel teksten in een korte tijd te produceren, maar ik ben er van overtuigd dat het tijdswinst had opgeleverd om de grondstructuur in een vroeger stadium fundamenteler te doordenken.

Vorm en inhoud

Vanuit mijn discipline, de missiologie / bijbelvertaalwetenschap duid ik dit debat als een debat tussen vorm en inhoud. Lange tijd was het gemeengoed om vorm en inhoud uit elkaar te trekken. De dynamisch-equivalente methode ging er van uit dat het mogelijk was om de Bijbelse teksten te vertalen met behoud van inhoud in verschillende vormen. Maar deze methode hield er weinig rekening mee dat inhoud letterlijk vorm krijgt door de wijze van verwoorden. Juist vanuit deze achtergrond pleit ik ervoor om ook bij het schrijven van scripties en dissertaties de inhoud niet los te zingen van de vorm. Daarom is het mijns inziens weinig zinvol om in de beginfase van de dissertatie te veel te focussen op snel en veel schrijven vanuit het wensdenken dat de juiste vorm van de dissertatie zal verschijnen in deze veelheid van materiaal. Productiever is het daarom om vanaf het begin vorm en inhoud aan elkaar te blijven verbinden en ze niet tegen elkaar uit te spelen.